Traveldino verzamelt deals van honderden reisorganisaties en grote boekingssites op één plek. Jij hoeft niet zelf eindeloos te vergelijken: wij brengen het aanbod samen, van pakketreizen tot hotels en last minutes.
Vergelijk deals van reisorganisaties, airlines, hotelplatformen en boekingssites in één overzicht.
We nemen ook aanbod mee van grote spelers zoals Expedia en Booking, plus gespecialiseerde reispartners.
Filters, bestemmingen en actuele prijzen helpen je snel zien welke reis nu interessant is.
Traveldino vergelijkt en verwijst door. Je boekt veilig rechtstreeks bij de aanbieder die de deal verkoopt.

Natuur & avontuur in Florence, direct online te boeken.
Florence ligt ingeklemd tussen glooiende Toscaanse heuvels, en juist daar begint het avontuur. Trek de stad uit richting het Chianti met zijn wijngaarden en cipressenlanen, wandel naar het heuveldorp Fiesole voor een weids uitzicht over de Arnovallei, of ga op pad in de bossen van de Apennijnen. Wie liever actief is, kiest voor een fietstocht door het platteland, een rit te paard tussen de olijfgaarden of een ontspannen dag tussen de natuurlijke warmwaterbronnen rond de stad.
Van pittige heuveltochten tot rustige wandelingen langs de Arno: hier vind je het groene, avontuurlijke gezicht van Toscane. Boek je favoriete uitstapje eenvoudig online en zet meteen de eerste stap richting de natuur.
Zelfs op een steenworp van de Duomo liggen groene schatten die de meeste toeristen overslaan. Neem het Parco delle Cascine, het grootste openbare park van Florence, dat zich kilometerslang uitstrekt langs de Arno. Hier huur je een fiets, dribbel je onder eeuwenoude eiken en plof je neer op een bankje met uitzicht op voorbij dobberende roeiboten. In het weekend verzamelen Florentijnse families zich hier, en op dinsdagochtend slingert er een van de grootste markten van de stad tussen de bomen.
Net ten noorden van de stad rijst Monte Morello op, een kalksteenreus die populair is bij trailrunners en mountainbikers. De paden kronkelen door steeneikenbossen en geurige bremstruiken, en op de top word je beloond met een panorama dat bij helder weer tot de Apennijnen reikt. Start je hike in het dorpje Sesto Fiorentino, bereikbaar met de plaatselijke trein of bus. Voor de echte bosliefhebber is Vallombrosa een openbaring: een kloosterbos op 1000 meter hoogte waar de lucht naar hars en mos ruikt. De monniken beheren het woud al sinds de elfde eeuw, en vandaag slingeren er gemarkeerde wandelroutes langs beekjes en oude houtskoolbrandersplekken. In de herfst is het een explosie van rood- en goudtinten.
Nog geen anderhalf uur rijden van Florence doemen de Apuaanse Alpen op, een grillig massief dat niets te maken heeft met de lieflijke Toscaanse heuvels uit de folders. De toppen zijn van massief marmer, ja, hetzelfde witte gesteente dat Michelangelo gebruikte voor zijn David, en de steengroeven zijn nog volop in bedrijf. Bij Carrara kun je met een jeep de groeven in, een bijna buitenaardse ervaring tussen metershoge blokken en stoffige vrachtwagens. Liever op eigen kracht? De hike naar de Monte Sagro (1749 m) begint in het dorpje Campocecina en slingert langs verlaten marmergroeven naar een top die uitziet over de Ligurische Zee. De ondergrond is hier ruw en stenig, dus stevige schoenen zijn geen overbodige luxe.
Voor klimmers is de Procinto een klassieker: een verticale kalksteenpilaar die als een reuzenduim boven de bomen uitsteekt. Ook de Monte Forato is legendarisch: een natuurlijk rotsvenster waar je dwars door een berg kunt lopen. De dagtocht vanuit Fornovolasco is pittig maar technisch niet extreem moeilijk. Canyoning- en via-ferrata-fans komen aan hun trekken in de Orrido di Botri of langs de Rio Selvano, waar je hopt, glijdt en abseilt door smalle kloven. Reken op een volle dag als je vanuit Florence op pad gaat; boek liefst een ervaren gids, die ter plekke eenvoudig te regelen is, en vertrek vroeg om de ergste hitte te ontwijken.
Twee uur ten zuiden van Florence ontvouwt zich een van de mooiste coulisselandschappen van Europa: de Val d’Orcia. De glooiende tarwevelden, de perfect uitgelijnde cipressen, de okergele boerderijen op heuveltoppen, dit is Toscane zoals je het in filmklassiekers ziet. Maar de Val d’Orcia is geen ansichtkaart die je alleen van achter een autoraam bekijkt; het is een speeltuin voor actieve reizigers.
De onverharde witte wegen, de strade bianche, zijn uitgevonden voor gravelfietsen. In het vroege voorjaar, als de velden groen kleuren, trainen hier professionele wielrenners voor de klassiekers. Je kan een fiets huren in Pienza, het renaissancepareltje dat bekendstaat om zijn pecorino, en een route uitstippelen die je langs de iconische cipressenrij van San Quirico d’Orcia voert. Stop onderweg bij een agriturismo voor een bord pici all’aglione, de knoflookpasta die je de rest van de middag vanzelf de heuvels op duwt.
Wil je liever de lucht in? Bij Montalcino stijgen heteluchtballonnen op die je bij zonsopgang over de wijngaarden zweven. Het is stil, alleen het gesis van de brander doorbreekt de ochtendmist. Meld je een dag van tevoren aan, want de plaatsen zijn beperkt. En wandelaars kunnen hun hart ophalen op het sentiero della Bonifica, een vlak jaagpad dat het Canal de la Chiana volgt en je van Chiusi naar Montepulciano brengt, ideaal voor een halve dag rustig stappen met uitzicht op wijngaarden en zonnebloemvelden.
Na een dag zwerven over stoffige paden is er niets dat je spieren zo goed doet ontspannen als een duik in geothermisch bronwater. Toscane heeft een handvol natuurlijke thermen, en de bekendste, Saturnia, ligt op tweeënhalf uur rijden van Florence. De waterval van de Cascate del Mulino is gratis toegankelijk en stroomt dag en nacht over rotsplateaus de vallei in. Het zwavelrijke water houdt het hele jaar door een temperatuur van ongeveer 37 graden, dus zelfs op een frisse novemberdag sta je er warm bij. Kom vroeg in de ochtend of ’s avonds als de dagjesmensen vertrokken zijn; dan heb je de terrassen bijna voor jezelf.
Meer naar het noorden, op drie kwartier van Florence, liggen de kleinere maar minstens zo charmante termen van Gambassi Terme. Deze zijn minder bekend bij toeristen en worden gevoed door dezelfde aardwarmte die al door de Etrusken werd gebruikt. Parkeer bij de Parco dei Sorgenti en volg het bospad naar de poeltjes waar het water opborrelt tussen de stenen. Het is onverhard en er zijn geen voorzieningen, een picknickmand en waterschoenen zijn een goed idee. Ook de Bagni San Filippo, verscholen in de bossen van de Monte Amiata, zijn het omrijden waard: kalkafzettingen hebben er een wit maanlandschap gevormd dat je doet denken aan Pamukkale in Turkije. Vanuit Florence doe je het prima als dagtocht als je niet te lang in het water blijft liggen.
De Chianti-streek is het klassieke Toscaanse landschap waar de reisbrochures mee vol staan: heuvels bezaaid met wijngaarden, kasteeltjes op elke heuveltop, en een kronkelende weg die het ene dorpje met het andere verbindt. Vanuit Florence fiets je in een half uurtje dwars het Chianti-gebied in. De meest gekozen route is de Via Chiantigiana (SR222), die je langs Greve in Chianti en Panzano voert. Het is een geasfalteerde tweebaansweg met breed fietspad, goed te doen voor iedereen met een redelijke conditie, al moet je af en toe een serieuze klim trotseren.
Voor wie liever van het asfalt afgaat, bieden de strade bianche tussen de wijngaarden een grauwsluier van stof en avontuur. Huur een gravelbike of e-mountainbike in Florence of Greve en volg een van de vele uitgezette routes. De lus rond Montefioralle, een ommuurd middeleeuws dorpje, is compact maar pittig; de beklimming naar Volpaia wordt beloond met een panoramisch terras en een glas Chianti Classico. Omdat het hier ’s zomers heet kan worden, is de lente en de vroege herfst de beste tijd om te fietsen. Zorg voor voldoende water, zonnecrème en een reparatiesetje, de dichtstbijzijnde fietsenmaker is soms ver weg. Veel wijnhuizen hebben een rustplek waar je even kunt bijkomen en een proeverij kunt doen; onthoud wel dat je na die ene glas nog de pedalen moet vinden.
Denk je aan Toscane, dan denk je aan wijnvelden en olijfbomen, niet meteen aan schuimende rivieren. Toch herbergen de Appenijnen en de Apuaanse Alpen een aantal prima plekken voor wildwatervaarders. De Lima bijvoorbeeld, die door de Garfagnana-vallei stroomt, biedt een parcours dat geschikt is voor zowel beginners als gevorderden. Vanaf Bagni di Lucca vertrekken dagelijks raftexcursies die je in een rubberboot door de stroomversnellingen loodsen. De tocht duurt een paar uur, met onderweg spetterende golven en korte zwempauzes in kalmere delen. In de lente, als het smeltwater de rivier voedt, is het op zijn wildst.
Wie meer controle wil, kan in Barga een kayak huren en het rustiger aan doen op de Serchio. Deze rivier slingert breed door de vallei en leent zich uitstekend voor een halve dag peddelen langs oude bruggetjes en beboste oevers. Verder zuidwaarts, in de Val di Merse, stromen heldere beekjes waar je met een hydrospeed (een soort bodyboard) doorheen kunt suisdeinen, een natte maar onvergetelijk frisse ervaring in de zomer.
Al deze activiteiten vind je op minder dan twee uur rijden van Florence. De meeste aanbieders verzorgen het materiaal en een korte instructie, dus ervaring is vaak niet vereist. Wel is het slim van tevoren te reserveren, zeker in juli en augustus, want de groepen zijn klein en vol zitten ze snel.
Onder de Italianen zelf staat de Maremma bekend als het ruigste en wildste stukje Toscane. Dit kustgebied, dat zich uitstrekt van Cecina tot aan de grens met Lazio, combineert eindeloze zandstranden met moerassen, kurkeikenbossen en een netwerk van wandel- en ruiterpaden. Het hart ervan is het Parco Naturale della Maremma, ook wel Parco dell’Uccellina genoemd. Vanuit Florence ben je er met de auto in twee tot tweeënhalf uur; een vroege start is de moeite waard.
Het park heeft een paar gemarkeerde routes, van een makkelijke wandeling van twee uur tot een dagvullende tocht die je langs verlaten wachttorens en een middeleeuwse abdij voert. Langs de Spiaggia di Collelungo liggen plukjes ongerepte kust waar alleen voetgangers mogen komen; hier broeden zeldzame vogelsoorten en grazen er halfwilde koeien en butteri, de Toscaanse cowboys, te paard. Als je geluk hebt zie je een vos voorbijschieten of cirkelt er een steenarend boven de heuvels.
Buiten het park liggen de stranden van Castiglione della Pescaia, waar je ’s avonds neerstrijkt voor een bord verse zeebaars in de haven. Combineer een dag in de Maremma met een bezoek aan Pitigliano, een stadje dat uit een tufsteenklif is gehouwen en dat in de Etruskische oudheid al bewoond werd. Zowel voor wandelaars als voor hardlopers die een andere kant van Toscane willen zien, is de Maremma een welkome verademing na de drukte van Florence.
Toscane is niet het eerste land waar je aan watervallen denkt, toch kent de regio een aantal plekken waar het water met zoveel kracht naar beneden komt dat het een dagtocht meer dan waard is. De beroemdste is de Cascate del Mulino bij Saturnia, die eigenlijk geen echte waterval is maar een reeks travertijnterrassen waar het water overheen stroomt, de helende eigenschappen van het zwavelrijke water maken het meer een thermaalbad dan een avontuurlijke duikplek.
Voor een echte waterval moet je naar de Garfagnana, het bergachtige noorden van Toscane. De Cascate di Ghiaccione bij Bagni di Lucca zijn minder bekend en alleen te voet bereikbaar, wat de drukte behoorlijk tempert. Je volgt een pad langs een helder beekje dat uitkomt bij een poel waar je met een boogje van de rotsen het water in kunt duiken. Het water is koud, maar op een hete zomerdag in augustus precies wat je wilt.
Iets verderop, in de Oasi di Penna, stort de Cascata dell’Acquapendente zestien meter omlaag in een smaragdgroene kolk. De wandeling ernaartoe voert door een kastanjebos en duurt ongeveer een half uur. Neem een picknick mee en reken op een ontspannen dag in de schaduw. Nog meer waterpret vind je in de Strette di Giaredo: een kloof in de Pontremolese bergen waar je door het water kunt waden, glijden en klauteren. Dit is een volwaardige canyoningtocht zonder het gedoe van touwen, perfect voor een zonnige dag in juni of september.
Rond Florence liggen wandelpaden die al duizenden jaren worden belopen. Een van de oudste is de Via degli Dei, de Weg van de Goden, die Florence met Bologna verbindt. Het 130 kilometer lange pad volgt deels de oude Romeinse Flaminia-weg. Overdag klim je over flinke Apennijnenpassen, ’s nachts slaap je in berghutten of dorpsherbergen. De hele tocht vraagt vijf tot zeven dagen, maar je kunt er ook een gecondenseerde tweedaagse van maken door het mooiste stuk tussen Fiesole en Monte Adone te lopen. Het pad is goed gemarkeerd en de app van de vereniging die het onderhoudt, houdt je op de juiste richel.
Korter en mysterieuzer zijn de Vie Cave rond Sovana en Pitigliano, in het zuiden van Toscane. Deze door de Etrusken uitgehakte holle wegen lopen soms tien meter diep door de tufsteen; wandelen hier voelt als een reis naar een andere tijd. De route van Sovana naar San Martino sul Fiora slingert langs grafkamers en offeraltaren uit de zevende eeuw voor Christus. Onderweg kom je vrijwel niemand tegen, alleen wat hagedissen die over de met mos bedekte wanden schieten.
Ook dichter bij Florence vind je historische routes, zoals het Sentiero del Pellegrino dat van Bivigliano naar de Abbazia di San Miniato al Monte loopt, een Franciscaanse pelgrimsweg die je in een halve dag voltooit. Start bij het station van Vaglia, op een half uur met de regionale trein, en wandel door olijfgaarden en cipressenlanen rechtstreeks terug de stad in. Het perfecte excuus om daarna een stevige bistecca fiorentina te bestellen.
Toscane is het hele jaar door een speeltuin, maar elk seizoen heeft zijn eigen karakter. De lente (april tot half juni) is wat veel locals het mooiste moment vinden: de heuvels staan in bloei, de temperaturen zijn zacht en de wandelpaden nog lekker rustig. Dit is het uitgelezen moment voor meerdaagse tochten, zoals de Via degli Dei, en voor het fietsen van de strade bianche zonder dat je verlangt naar een ijsje om de tien minuten.
In de zomer (half juni tot augustus) schiet het kwik omhoog. De vroege ochtend is dan je bondgenoot: begin om zeven uur met een mountainbikerit of een hike naar een top, en duik tegen twaalven een schaduwrijke kloof of een thermale poel in. Vergeet niet dat veel Italianen in augustus vrij nemen, dus de populaire plekken kunnen druk zijn en de kleine restaurants gesloten. Boek overnachtingen en tours vooraf.
De herfst (september tot begin november) is een gouden periode: de bossen rond Vallombrosa verkleuren spectaculair, de druiven worden geoogst en het licht is zacht als op een schilderij van de Macchiaioli. Wandel door nevelige heuvels, pluk paddenstoelen (alleen met een gids!) en schuif aan bij een druivenoogst in Chianti. In winter (december tot maart) kan het aan de kust fris zijn, maar de bergen van de Apuaanse Alpen of de Abetone in de Tosco-Emiliaanse Apennijnen bieden dan sneeuwzekerheid voor langlaufen en sneeuwschoenwandelen. Vanuit Florence rijd je er in anderhalf tot twee uur naartoe, dus combineer een stadsweekend makkelijk met een dag in de sneeuw.
Praktische info
Bekijk het volledige aanbod tours, tickets en ervaringen in Florence.